kampfpanzer 70

KPz 70 – MBT-70

Deze week kregen we het nieuws te horen dat er binnenkort in World of Tanks Blitz een nieuwe tank zijn intrede zou maken: de KPz 70, ook wel de MBT-70 genoemd. Dit is een tank dat niet in de PC versie van het spel zit. We zijn even op onderzoek gegaan en dit is wat we allemaal hebben gevonden.

MBT staat voor Main Battle Tank en is een term die gebruikt werd door o.a. de Amerikanen. KPz staat voor Kampfpanzer en is een term dat werd gebruikt door de Duitsers. De KPz 70 oftewel MBT-70 was een gezamenlijk project van Duitsland en Amerika. Vandaar dus de 2 benamingen. Het doel van beide naties was een nieuwe geavanceerde gevechtstank te ontwikkelen. Begin jaren ’60 werd dit project leven ingeblazen en eind jaren ’60 werd de stekker er reeds uitgetrokken nadat men serieus over het budget was heengegaan. De Duitse natie trok zich toen uit het project terug en het Amerikaanse congres schrapte uiteindelijk de hele operatie. De naam (MBT-70) stond voor Main Battle Tank jaren 70.

𝕎𝔸𝕋 𝕍𝕆𝕆ℝ𝔸𝔽 𝔾𝕀ℕ𝔾

De toenmalige Sovjet-Unie was van plan om hun arsenaal aan tanks te moderniseren. Dat is alleszins wat men toen dacht en waar men wou op anticiperen met dit project.

De Sovjet-Unie had net de T-62 geïntroduceerd, een tank die niet zo héél veel beter was dan zijn voorganger, de T-55; maar men ging ervan uit dat in de jaren ’70 een geheel nieuwe generatie zou verschijnen die nu al in ontwikkeling moest zijn. Deze generatie zou superieur zijn aan de toen recent geïntroduceerde Leopard 1 van de Duitse Natie en de Amerikaanse M60. Verbeteringen stonden gepland voor de Leopard maar het leek erop dat deze onvoldoende zouden zijn. In feite stond de Sovjet-Unie al op het punt om aan een sterk verbeterd type te beginnen. Deze tank zou een mechanische lader krijgen en een keramisch pantser; hij verscheen al in 1964 als de T-64. De westerse inlichtingendiensten wisten nog helemaal van niks.

In de vroege jaren ’60 gingen de technologische ontwikkelingen zeer snel, vooral op wapengebied. Er was een enorme vooruitgang geboekt in de prestaties van gevechtsvliegtuigen door de toepassing van moderne elektronica en de laatste rakettechnologie. Tanks vormden in dit geheel een tamelijk achtergebleven gebied. Afgezien van de introductie van afstandmeters waren ze niet fundamenteel verschillend van hun voorlopers uit de Tweede Wereldoorlog. Amerika concludeerde dat er ruimte was voor een forse inhaalbeweging. Door toepassing van de nieuwste snufjes moest het mogelijk blijken een duidelijke technologische voorsprong op de Sovjet tanks te behalen, die als kwalitatieve superioriteit een tegenwicht zou bieden aan het kwantitatieve overwicht van het Warschaupact. Zoiets zag men zelfs als een fundamentele eis bij de wapenontwikkeling: het voldoen aan de technological imperative. President Dwight Eisenhower had nog weerstand geboden aan de lobby van het militair-industrieel complex, maar onder de regering van John F. Kennedy gingen alle deuren open voor de adviesbureaus die vele decennia lang de Amerikaanse defensiepolitiek zouden beheersen. Zij produceerden een veelheid aan plannen waarvan de uiterlijke schittering, bedoeld om de politici te verblinden, meestal omgekeerd evenredig was aan de realiteitszin. Een daarvan was dat voor een hypermoderne super tank, de MBT 70. Die tank moest ook een standaardtank worden voor de hele NAVO: een van de sterke punten van het Warschaupact was dat dit overwegend Sovjet voertuigen gebruikte, terwijl naast Amerika het Verenigd Koninkrijk zijn eigen voertuigen ontwikkelde en Frankrijk en Duitsland daar ook aan dreigden te beginnen. Er werd dus contact opgenomen met de Bondsrepubliek om een gezamenlijke tank te ontwikkelen. Duitsland stelde nog eerst de Leopard voor maar dat werd eind 1962 afgewezen. Amerika had bij dit alles een beetje haast, want het eigen tankproject uit de jaren ’50, de T95, was faliekant mislukt.

MBT-70 U.S.A. Prototype 1 (links) en Prototype 2 (rechts)

𝕆ℕ𝕋𝕎𝕀𝕂𝕂𝔼𝕃𝕀ℕ𝔾

In augustus 1963 kwamen Duitsland en de U.S.A. overeen om samen een nieuwe tank te ontwikkelen. Financieel gezien zou het voornamelijk een Amerikaans project worden, daar Duitsland slechts voor 30% van de productiekosten zou instaan. Er waren 34 deelcomponentgroepen. Daarvan zouden er 18 door de Duitsers ontwikkeld worden, 6 door de Amerikanen en 10 gezamenlijk. Je kan wel raden of voorspellen dat er al heel gauw onderlinge conflicten ontstonden. Beide naties begonnen het project naar zich toe te trekken. Over elk onderdeel werd fel gediscussieerd: motor, kanon en zelfs welk meet-stelsel er moest gehanteerd worden: metrisch of Imperiale stelsel. Uiteindelijk werd besloten beide te gebruiken, waardoor de kosten fel de lucht in gingen.

In december 1963 werden de specificaties bekendgemaakt. De opdracht werd aan Amerikaanse zijde gegund aan General Motors; aan Duitse zijde werd in augustus 1964 een apart consortium opgericht, de Deutsche Entwicklungsgeselschaft. Tot februari 1965 werden er conceptuele studies verricht. Die leverden vijf voorstellen op waarvan er drie verder ontwikkeld werden en weer gecombineerd in een afsluitend houten model. In mei 1966 werd er op basis van dit eindconcept de opdracht gegeven acht Duitse en acht Amerikaanse prototypen te bouwen. In juni 1966 was het eerste Amerikaanse onderstel klaar, het Duitse in september. In juli 1967 kwam het eerste Amerikaanse prototype gereed, in oktober het Duitse. In februari 1968 besloot men het aantal prototypen te beperken tot tweemaal zes. In april 1968 werd opdracht gegeven tot de bouw van prototypen van de tweede generatie. In totaal zijn er 14 MBT-70’s gebouwd. Op dat moment begonnen de eerste prototypen van de beide landen al flink van elkaar te verschillen; men kon meestal niet tot een overeenstemming komen.

𝕄𝔹𝕋-𝟟𝟘 𝕠𝕗 𝕂ℙ𝕫 𝟟𝟘

Shillelagh raketsysteem

De MBT-70 was een geavanceerde tank die voor zijn tijd een futuristisch uiterlijk had. Hij verschilde echter van de meeste andere onderzoeksprojecten. Het hele ontwerp was opgebouwd rond de keuze voor de hoofdbewapening: een kanon dat zowel normale granaten als antitankraketten kon verschieten. Deze toepassing van de rakettechnologie zag men toen als bij uitstek modern en gewenst. Normale kanonnen werden als eigenlijk verouderd beschouwd. Toch koos men niet, zoals bij sommige andere tankontwerpen, voor een voertuig dat puur in het afschieten van raketten gespecialiseerd was. Dat zou immers een antitankvoertuig opgeleverd hebben en men wilde juist een echte Main Battle Tank maken, want het hele project ging uit van de veronderstelling dat die niet als zodanig verouderd waren geraakt. Men hinkte dus op twee gedachten. Een raketlanceervoertuig zou heel klein hebben kunnen zijn, maar nu werd de tank juist heel groot want net op het ene gebied waar men besloot zich op bestaande technologie te baseren, de hoofdbewapening, was alleen een systeem voorhanden, de Shillelagh kanon-gelanceerde antitankraket, dat een heel fors kaliber bezat: 152 millimeter. Zowel de raketten als de granaten waren dus heel groot en dat vergde een enorme geschuttoren. Om het ruimtebeslag wat te beperken en omdat een menselijke lader wellicht overbelast zou raken, plaatste men een mechanische lader aan het eind van de toren, die zo heel diep werd. De grote toren zou op zich een hoge tank opgeleverd hebben, die een opvallend doelwit zou zijn. Om dit te voorkomen, besloot men de romp zo laag mogelijk te maken door de chauffeur naar de toren te verhuizen, waar anders toch maar twee man zouden zitten. Dit zorgde echter voor het volgende probleem: hoe kon de chauffeur zien waar de tank heen ging als hij in een draaiende tankkoepel zat? De oplossing vond men door hem vooraan links van het kanon in een contra-roterende cilinder te zetten, die automatisch in een richting draaide die tegengesteld was aan die van de toren zelf. Zo kon de chauffeur steeds rechtuit kijken — of in iedere andere richting, want dat kon hij naar keuze instellen. Het tankprofiel werd verder verlaagd door in plaats van een torsiestaafophanging, die ruimte op de bodem van de romp vergt, een hydropneumatische ophanging aan te brengen die ook naar keuze de tank op tien tot zeventig centimeter van de grond kon brengen. Ondanks het gewicht van de tank liet ze hoge snelheden in het terrein toe.

Hydropneumatische ophanging: van 100 mm tot 700 mm van de grond.

Het pantser zou gezien de gewichtsklasse van zo’n vijftig ton frontaal een equivalentie moeten hebben gehad van 400 mm. Men probeerde dat wat te verbeteren door afschuining, maar ook door toepassing van een laminaatpantser. Dit bestond uit twee lagen staal. De binnenste was een zachter staal die ook als splintervoering diende, de buitenste was van koudgewalst staal dat zeer hard was om een penetratie te breken. Tussen beide was wat ruimte gelaten als extra bescherming tegen HEAT- granaten. De Amerikanen waren van plan dit op te vullen met een vroege versie van keramisch pantser, dat ze toen beproefden in de vorm van achter het hele oppervlak doorlopende lagen keramiekvezels gevat in een metallisch matrixmateriaal, dus niet in tegelvorm zoals tegenwoordig. Dit had het nadeel dat een enkele treffer het keramische pantser in een grote zone zou doen breken. Verder had de tank schotten, brandvrije deuren en een beveiligde munitieopslag. De tank was volledig ABC-beschermd, wat eenvoudiger gemaakt werd door het feit dat de chauffeur geen eigen ruimte nodig had. En passant bracht men ook een airconditioning aan.

Links: Duits prototype met 120 mm auto-lader. Rechts: U.S.A. prototype met 152 mm kanon/raketlanceerkanon.

De Duitse Kampfpanzer 70 prototypen beproefden eerst een motor van Daimler-Benz en later een van MTU. Beiden leverden 1500 pk. De MTU-motor kon daarbij, samen met de aandrijving, binnen vijftien minuten uit de tank gehaald worden. De Amerikaanse MBT-70 had een V12 diesel van Continental die 1470 pk leverde. Beide versies van de tank haalden een topsnelheid van 69 km/u, in die tijd sneller dan enige andere westerse tank. De specifiek vermogen (verhouding motorkracht/gewicht) zou op dertig pk per ton moeten liggen.

De Amerikanen installeerden een gestabiliseerde XM-150 152 mm, een kanon dat speciaal ontwikkeld was om draadgeleide antitankraketten af te vuren. Tijdens beproevingen bleek het systeem vele feilen te vertonen. De huls was verbrandbaar gemaakt om te voorkomen dat de bemanning van drie: de commandant, de chauffeur en de schutter, opgescheept zou komen te zitten met enorme hulzen. In de praktijk was de verbranding echter niet volledig en zat men met smeulende resten als het kanon zich weer opende. Het systeem had ook het nadeel dat de vuursnelheid laag lag, de kosten per raket zeer hoog en de trefzekerheid van de granaten laag.

Een Shillelagh 152 mm raket wordt afgevuurd.

De Duitsers rustten hun versie van de tank daarom met een 120 mm gladloopskanon van Rheinmetall uit, waarvoor dan echter weer een andere lader ontwikkeld zou moeten worden. De Amerikanen wilden hierin niet meegaan. Het geheel was voorzien van de eerste primitieve laserafstandsmeter en een passieve nachtzichtkijker. Alle vizieren en kijkers waren gestabiliseerd. De MBT-70 had ook als eerste tankproject ter wereld een elektronisch vuurleidingssysteem.

Het secundaire wapen was een 20 mm automatisch luchtafweergeschut dat, behalve de in ruststand naar achteren uitstekende kanonloop, onder een luik in een cilindervormige uitbouw achter de bestuurder verborgen zat en in geval van een aanval van antitankhelikopters opgericht kon worden om die af te slaan. Een 7.62 mm machinegeweer zat naast het kanon. Op beide zijden van de toren zaten ten slotte rookwerpers.

Tankoverzicht

De deelcomponenten werden in 1966 getest en de tank als geheel in 1968. Een probleem dat hierbij naar boven kwam was dat, anders dan voorspeld, de bestuurder gedesoriënteerd raakte bij het draaien van de geschuttoren. Verder bleek het Duitse 120 mm kanon uitstekend te voldoen, de Amerikaanse 152 mm vormde echter een ernstig probleemgeval. Het allergrootste probleem was echter de inzetbaarheid. Met een automatische lader, een kanonraketlanceerder, een roterende bestuurderscabine, een hydropneumatische ophanging en een volautomatisch luchtafweerkanon had de tank even zovele zeer onderhoudsgevoelige deelcomponenten aan boord die geen van alle correct waren doorontwikkeld. Elk op zich zou voor een tank al een achilleshiel geweest zijn; hun combinatie garandeerde zowat dat op ieder gegeven moment de meerderheid van de voertuigen van een eenheid zich in onderhoud bevond.

In alle andere opzichten was de tank echter beter dan de oude M60. Hij was veel sneller, trok veel sneller op en was veel comfortabeler. Hij was ook veel lager waardoor de kans dat de tank op een gevechtsafstand van 1500 meter getroffen werd een derde kleiner was.

𝔼𝕀ℕ𝔻𝔼 ℙℝ𝕆𝕁𝔼ℂ𝕋

In 1969 kwam men tot de vaststelling dat de kostprijs voor deze ontwikkelingen 5 keer hoger lag dan het oorspronkelijk budget dat voorop werd gesteld. De kosten liepen toen al op tegen de 830 miljoen Duitse Mark (424.371.957€) en de ontwikkeling was nog ver van klaar. De productiekosten voor 1 exemplaar werd geschat op 1.200.000$ of 2.300.000 DM (1.175.970€). Dat is 3 maal meer dan de productiekosten voor een Leopard. Het grootste probleem (en conflict met de Amerikaanse versie) was de Duitse voorkeur voor een normaal kanon. Gegeven de keuze voor zo’n wapen was eigenlijk de hele ontwerpopzet van de tank fout. Het Duitse ministerie van defensie trok zich eind 1969 terug en gaf het bedrijf Krauss-Maffei in 1970 opdracht tot de ontwikkeling van de Leopard 2. Ook het Amerikaans congres begon te protesteren waarop het Amerikaanse leger een goedkopere versie, de XM803, begon te ontwikkelen. Die bleek echter ook te duur en was niet beter dan de M60 die ze zou moeten vervangen. Het congres schrapte daarop het project in november 1971. Het budget werd naar een nieuw project, de XM815 en later XM1, overgeheveld. Dat project leidde uiteindelijk tot de M1 Abrams. Een latere samenwerking tussen het Duitse Leopard 2-project en het Amerikaanse M1 Abrams-project leidde ertoe dat beiden het Duitse Rheinmetall 120 mm gladdeloopskanon gingen gebruiken.

𝟝 ℙℝ𝕆𝕋𝕆𝕋𝕐ℙ𝔼𝕊 𝕋𝔼 𝔹𝔼ℤ𝕀ℂℍ𝕋𝕀𝔾𝔼ℕ

Kampfpanzer 70

MBT-70

  • Fort Knox in Kentucky
  • US Army Ordnance Museum te Aberdeen, Maryland
  • Military Museum of Southern New England te Danbury, Connecticut

𝕂𝕡𝕫 𝟟𝟘 𝕠𝕗 𝕄𝔹𝕋-𝟟𝟘 𝕚𝕟 𝕎𝕠𝕣𝕝𝕕 𝕠𝕗 𝕋𝕒𝕟𝕜𝕤

Nu luidt de vraag of we deze tank ook in de PC versie van het spel mogen verwachten of niet. Daar Wargaming het voertuig wel zou toevoegen aan de tankarsenaal van WoT Blitz, zou dit wel ooit eens het geval kunnen zijn. Wat niet wil zeggen dat Blitz automatisch een voorbode is voor PC. Helemaal niet, want anders zouden we in de PC versie al met heel wat futuristische tanks rondrijden.

Maar de MBT-70 oftewel Kampfpanzer 70 is helemaal geen futuristische tank. Het is zelfs geen uit de duim gezogen tank of een tank die enkel maar op blauwdruk heeft bestaan. Neen! Dit is een tank die werkelijk het daglicht heeft gezien en waarvan exemplaren te bezichtigen zijn in diverse musea (zoals we hierboven reeds hebben vermeld). Maar op welke manier zou de MBT-70 in het spel kunnen worden gebracht?

Sowieso zou het een Tier 10 tank moeten worden, daar de tank in dezelfde categorie valt (als opvolger en voorloper) van de Leopard, M60, M1 Abrams, T-62, … Echter zou het dan een tank worden die niet kan verkocht worden, want Tier X tanks krijgen we niet in de Premium Shop. Dan zou het al een beloningstank moeten worden voor een of andere evenement of Clan Wars. Liever evenement dan, aangezien Clan Wars niet voor iedereen haalbaar is. Óf … Wargaming zou kunnen opteren om de specificaties zodanig aan te passen dat het binnen een Tier VIII klasse valt en wél kan te koop aangeboden worden in de Premium Shop.

Onder welke natie zou de tank dan moeten ondergebracht worden? Duitsland of U.S.A.? Het kan eigenlijk beide, want beide naties hebben in de jaren ’60 hun eigen prototype gemaakt dat uiteindelijk sterk van elkaar verschilde.

De hydropneumatische ophanging is alleszins geen probleem. De Zweedse tankjagers hebben daar de deur opengezet voor eventueel andere tanks die over dit systeem beschikken (zo hebben we ook nog de Duitse E-10).

Laten we even kijken naar de werkelijke specificaties:

MBT-70
MBT-70.Aberdeen.0007rb5r.jpg
Soort
Periode
Bemanning drie
Lengte 9,10 m
Breedte 3,51 m
Hoogte 1,99-2,59 m
Gewicht 50 t
Pantser en bewapening
Pantser laminaatpantser met keramische laag
Hoofdbewapening autolader
120 mm (DE)
152 mm (US)
Secundaire bewapening 20 mm luchtafweer
7,62 mm machinegeweer
Motor Daimler-Benz/MTU; 1500 pk (DE)
Continental AVCR V12; 1470 pk (US)
Snelheid (op wegen) 69 km/u
Rijbereik 650 km

Als we gaan kijken naar in-game Duitse en Amerikaanse Tier X tanks komen we bij de Medium tanks niet verder dan een 105 mm kanon:

  • 10,5 cm Bordkanone L7A3 (Leopard 1)
    • Gemiddelde Penetratie (mm) 268 / 330 / 53
    • Gemiddelde Schade (HP) 390 / 390 / 480
  • 10,5 cm Kw.K. L/52 Ausf. K (E 50 Ausf. M)

    • Gemiddelde Penetratie (mm) 270 / 330 / 60
    • Gemiddelde Schade (HP) 390 / 390 / 510
  • 105 mm Gun M68 (M60)

    • Gemiddelde Penetratie (mm) 268 / 330 / 53
    • Gemiddelde Schade (HP) 390 / 390 / 480

Enkel 2 Amerikaanse voertuigen beschikken over een 120 mm kanon:

  • 120 mm Gun T123E6 (T95E6 + M48A2/T54E2/T123E6)
    • Gemiddelde Penetratie (mm) 258 / 340 / 60
    • Gemiddelde Schade (HP) 400 / 400 / 515

En slechts 1 voertuig in World of Tanks beschikt over een kanon (op Tier X medium) van 122 mm:

  • 122 mm 60-122TG (121)
    • Gemiddelde Penetratie (mm) 258 / 340 / 68
    • Gemiddelde Schade (HP) 440 / 440 / 530

Wargaming zou dus een nieuw kanon moeten implementeren (als we het ware Duitse kanon bekijken) van 120 mm én het zou een autolader moeten zijn. Hier eindigt waarschijnlijk het verhaal, want dit zou ervoor zorgen dat de MBT-70 of de Kampfpanzer 70 een mogelijk OP voertuig zou zijn. Echter is WoT geen historisch correcte simulator en WG heeft al meer dan eens bewezen af en toe een loopje te nemen met de historische nauwkeurigheid, dus ook hier zouden ze wel het een en ander uit hun mouw kunnen schudden om het voertuig toch de doen passen in het grotere geheel.

 

Hoe dan ook gaan we eerst afwachten wat het geeft in World of Tanks Blitz en zullen we in het oog houden welke specificaties de tank daar meekrijgt én vooral welk kanon er zal gehanteerd worden.

Wat vinden jullie? Hebben we nood aan deze Duits-Amerikaanse hybride? Zo ja, hoe zouden jullie deze in het spel implementeren?


Een reactie op KPz 70 – MBT-70

  • Mario

    We kunnen beginnen wachten op het moment WG de M1A2 gaat introduceren…

    Reageer

Geef een reactie